maandag 4 februari 2013

Wereldberoemd! (2)

Bij deze zet ik de vertaling van het artikel even op de blog, het gebruiken van Google translate is wel amusant, maar doet niet echt recht aan de tekst.
Vertalen had ik gemakkelijk zelf kunnen doen, maar het leek Ina en mij een goed idee om dat door Teun te laten doen.
Hij was ruim 11 jaar toen we naar Noorwegen verhuisden, en zat in groep 8 van de basisschool.
Voor Teun zijn nederlands leek het ons prima dat hij de tekst vertaalde, ook om zijn opa een plezier te doen, die had gevraagd om een vertaling.
Zowel Ina als ikzelf waren onder de indruk van de taalvaardigheden van Teun, in de hele lap tekst had hij slechts 4 kleine foutjes getikt, dat was  heel goed gedaan als je bedenkt dat hij al bijna 5 jaar geen nederlandse les meer heeft op school, alleen noors en engels.

Om zijn werk volledig te benutten leg ik de vertaling daarom ook op de blog, net zo makkelijk voor de rest van de lezers.


Pendelen met Bob.


Het rode oppervlak blinkt. De driewieler is uitgerust met zwarte spijkerbanden.

Regent het, is het dak op. Is het donker, is het voorlicht aan. Het is geen probleem als het kwik naar beneden kruipt. Maar als het sneeuwt, staat hij thuis. ''Hij moet een motor hebben'', hebben meerdere vastgestelt. ''Hij moet bij ons in de buurt wonen, we zien hem zo vaak''. Hier komen er feiten om Bob, de velomobiel. En om Adri Manhave die heen en weer fietst naar zijn werk in Tyssedal met Bob.


Vanaf Kinsarvik naar TTI.


Adri woont in Kinsarvik. Dat betekent dat hij tussen 1 uur en 10 minuten en anderhalf uur trapt op weg naar een werkdag op TTI.

De fietscomputer laat 3500 km zien. Dat is de afstand die Bob gereden heeft sinds oktober vorig jaar toen Adri hem ophaalde in Nederland. Hier in het land zijn er maar tussen de 20 en 30 van deze soort. In Nederland, waar Adri geboren en opgegroeid is, zijn er ongeveer 1500 velomobielen. Ze zijn daarom zelden te zien hier en ook tussen alle fietsen in Nederland. – Ik heb rijbewijs en een auto. Ik fiets naar mijn werk omdat ik het leuk vind om te fietsen, zegt Adri. Hij heeft veel gefietst. Al vanaf zijn jeugd. Toen hij, zijn vrouw en zijn zoon vanaf Tyssedal naar Kinsarvik verhuizden, pendelde Adri met een racefiets. Na twee moeilijke winters zocht hij op internet naar velomobiel en kwam erachter dat ja, het was een fiets. – Dan kan ik hem gebruiken.


Wil niet terug.


Na een proefrit in een velomobiel, wil niemand terug naar pendelen met een racefiets, meent Adri. De schouders en de rest van het bovenlichaam zijn helemaal ontspannen. Geen stijve schouders. Alleen de benen werken. Het lichaam ligt achterover, het hoofd word ondersteund door een nekkussen. De stoel is behaaglijk. Lichten, knipperlichten en remlichten zijn op batterij. Ze werken ongeveer 5-6 uur voordat er moet worden opgeladen. – Ik blijf fit, voel me veel beter als ik fit ben. Behalve fietsen traint hij een paar keer per week karate in Lofthus. – Het is goed met wat ekstra voor de armen en de rest van het bovenlichaam. Hij fietst ook graag een trainingsrit met Bob. Of op de racefiets samen met de fietsgroep van IL Harding. Gekleed in een paar dunne broekjes, twee lagen met dunne truitjes, helm, handschoenen en een bril is hij klaar voor een demonstratie voor de fotograaf. – Het zijn weinig kleren, toch zweet ik, ook als het koud is. De minste temperatuur waarin ik heb gestart is min 8 graden. Als hij nachtdienst heeft, pakt hij de auto. Fietsen na een nacht werken is te zwaar. Adri heeft een vakdiploma. Hij werkt als operator in het ovenshuis. Hij en de familie verhuisden van Nederland via het Flytt til Hardanger-project, en Adri kreeg een vaste baan voordat ze hier heen kwamen, bijna 5 jaar geleden. – Voor ons werkte Flytt til Hardanger. Maar ik denk dat de bedrijven in Odda niet zoveel vakmensen kregen als ze wensten.


Suist over de Rv. 13


Vele maken zich zorgen over de veiligheid van de driewielige fietser die over de Rv. 13 suist, in het pikdonker en overdag. – Als je best mogelijk gezien wilt worden in het verkeer, moet je een gele of witte velomobiel kiezen. Ik koos rood omdat het mijn lievelingskleur is. De velomobiel kan kantelen in een bocht. In elk geval het model dat Adri heeft. Hij legt zich niet in de bochten zoals andere modellen kunnen. Daarom moeten de remmen aan in de nauwste bochten. Tot nu is het goed gegaan. Zelfs met een topsnelheid van 78,6 kilometer per uur. Dat was wel bergaf. – Ik heb het gevoel dat auto's beter oppassen voor de velomobiel dan voor normale fietsen. Ze wachten langer todat ze voorbij rijden. Voorbijgangers zijn ook nieuwsgieriger. Ze hangen uit het raam en fotograferen de rode ufo met hun mobieltelefoons.



Fototeksten



Tekst boven de foto rechts onder: Hij wekt bekijks. Geen twijfel daarover. – Wie is hij in dat rode ding, die raketauto die over de wegen rijdt?


Foto rechts onder: Beschermt. Adri Manhave heeft helm, bril, handschoenen en fietsschoenen aan.


Foto links boven: Met spijkers. De spijkerbanden liggen erop vanaf oktober todat de lente komt.


Foto links 2de van boven: Parkeerplaats. Bob heeft een eigen plaats achter het huis. Met dak.


Foto links 3de van boven: Tegen weer en wind. Het dak komt erop als het regent.

Foto links onder: Uitlating. De hond Ward word uitgelaten voor dat Adri met Bob wegfietst vanaf Kalhagen in Kinsarvik.


Foto rechts boven: Gestroomlijnd. De velomobiel is gebouwt op snelheid. Er wordt gezegt dat hij tussen 15 en 20 prosent sneller is dan een normale racefiets, toch kost het minder energie voor de fietser.




Midden foto: Bob. De naam kreeg hij omdat zijn vrouw toen ze hem voor het eerst zag, hem vondt lijken op een bobslee. Leg 50.000 kroner op tafel en je hebt een komfortabele en opzienswaardige fiets.



Tekst op voorpagina van de krant: Driewieler met 30 versnellingen. Hij heeft geen uitstoot en is het meest energie-efficiënte transportmiddel ter wereld. Dit volgens een vennootschap dat reklame aanbied voor bedrijven die zich wensen te profileren op een milieuvriendelijke manier. Op de Rv. 13 kun je regelmatig een reklamevrije uitgave van het voertuig voorbij zien suizen.

 
Tot de volgende keer!
 
Groeten, Adri.












Wereldberoemd!



Hallo allemaal, bij deze het in mijn vorige blog aangekondigde artikel in de regionale krant, het Hardanger Folkeblad. Nu ben ik wereldberoemd in de lokale omgeving waarschijnlijk..........
Na het gesprek en de fotosessie met de journaliste kreeg ik netjes volgens afspraak een kladversie toegestuurd via e-mail, waarbij ik slechts één correctie moest doorgeven.
Op vrijdagmorgen was ik vrij en ging inkopen doen in onze plaatselijke SPAR, en zag al een kleine foto van een velomobiel op de voorlpagina, dus kocht ik de krant om thuis even door te kijken.
Tot mijn verbazing werd het artikel gebracht over twee volle pagina's! Met grote duidelijk foto's en de tekst precies zoals afgesproken. Zouden er dan toch nog journalisten zijn die te vertrouwen zijn? Het lijkt erop, dit geeft weer een positieve bijstelling aan mijn mening over journalisten in het algemeen.
Ons lokale krantje noem ik altijd het "Sufferdje", omdat het eigenlijk lijkt dat het hier een heel jaar "komkommertijd" is. Het geeft ook een beetje het niveau van de krant ( en mijn beroemdheid!) aan.
Af en toe lijkt het wel of alles in de krant komt, tot en met een huisdier dat aan de diarree is......

De krant in volle glorie
op de keukentafel.




Ina natuurlijk gelijk volop spotten met haar "beroemde" man, dat hij nu wel helemaal naast z'n fiets ging rijden van verwaandheid enz., maar stiekem vond ze het ook wel leuk, want het werd gelijk doorgegeven aan het thuisfront via e-mail.
Bakje koffie erbij............
Op vrijdagavond de 3x 12-uurs nachtdiensten in, dus de krant meegenomen en wat kopie's van gemaakt, zodat ik in het weekend deze in kon scannen en zodoende op de blog kon zetten. De kwaliteit van de scans valt wat tegen, maar geeft wel een idee van het artikel. Omdat we in een nynorsk sprekend gebied wonen en de journaliste ook van plaatselijke afkomst is heeft ze het artikel in het nynorsk geschreven. Ik heb geen idee of Google translate daar chocolade van kan maken.
Het geheel is evenwel een duidelijk stukje velomobielpromotie!

Stukje voorpagina......


Bij het stukje op de voorpagina is er wat tekst gebruikt van de site van Anders Løberg, WaW-rijder uit Bergen, die de site velomobil.no in beheer heeft en tevens een bedrijf runt dat zich bezig houdt met milieuvriendelijke reclame, foto's en film. Sinds kort kan er ook in Noorwegen een WaW besteld worden via Anders, die dealer is geworden, en ook Schlumpf trapsystemen en Rohloff naven kan bestellen voor eventuele klanten.



De tekst, naast elkaar in de krant, kon niet naast elkaar op de scanner.


Pendlar med Bob.

 Han vekkjer oppsikt. Ingen tvil om det. – Kven er han i den raude dingsen, den der rakettbilen som køyrer langs vegen?

  Den raude overflata blenkjer. Trehjulssykkelen er utstyrt med svarte piggdekk. Regnar det, er taket på. Er det mørkt, er langlyset på. Når kvikksølvet kryp nedover gradestokken er ikkje det eit problem. Men snør det, står han att heime. «Han må ha motor», er det fleire som har slått fast. «Han må bu i nærleiken av oss, vi ser han så ofte». Her kjem fakta om Bob, velomobilen. Og om Adri Manhave som syklar til og frå arbeid i Tyssedal med Bob.  Frå Kinsarvik til TTIAdri bur i Kinsarvik. Det vil seie at han trakkar i mellom ein time og ti minutt og halvannan time på veg til skiftet på TTI i Tyssedal.Sykkelcomputeren viser 350 mil. Det er distansen Bob har gått sidan oktober i fjor då Adri henta han i Nederland. Her i landet finst det berre mellom 20 og 30 av sorten. I Nederland, der Adri er fødd og oppvaksen, er det rundt 1500 velomobilar. Dei er difor sjeldne å sjå både her og mellom alle tohjulingane i Nederland.– Eg har både sertfikat og bil. Å sykla til jobb er noko eg gjer fordi eg likar å sykla, seier Adri.   Han har sykla mykje. Heilt sidan han var ungdom. Då han, kona og sonen flytta frå Tyssedal til Kinsarvik i 2009, pendla Adri først med racersykkel. Etter to vanskelege vintrar, søkte han seg fram til velomobil på internett og fann ut at jo, det er ein sykkel. –Då kan eg bruka han. Snur seg ikkje tilbake– Etter ein prøvetur i ein sånn ein, vil ingen gå tilbake til å pendla med racersykkel, meiner Adri.Skuldrene og resten av overkroppen er heilt avslappa. Ingen stive skuldre. Berre beina jobbar. Kroppen ligg bakover, hovudet er støtta av ei nakkepute. Setet er mjukt. Lys, blinklys og bremselys går på batteri. Dei varer i fem-seks timar før lading må til. – Eg held formen, føler meg mykje betre med god form.Utanom syklinga trenar han karate på Lofthus eit par gonger i veka.– Det er bra med litt ekstra trening for armar og resten av overkroppen. Han syklar seg òg gjerne ein treningstur med Bob. Eller syklar racersykkel ilag med sykkelgruppa til IL Harding. Ikledd ei tynn bukse, eit par tynne trøyer oppe, hjelm, hanskar, sykkelsko og briller er han klar for visningstur for fotografen.– Det er lite klede, likevel sveittar eg sjølv om det er kaldt. På det kaldaste har eg starta opp i minus åtte grader. Når han skal på nattskift, tar han bilen.  Å sykla etter ei natt på arbeid blir for tungt.Adri har fagbrev. Jobbar som ovnshusoperatør. Han og familien flytta frå Nederland gjennom Flytt til Hardanger-prosjektet, og Adri fekk seg fast jobb før dei flytta hit for snart fem år sidan. –For oss fungerte Flytt til Hardanger. Men eg trur ikkje bedriftene i Odda fekk så mange fagarbeidarar som dei ynskte seg.    Susar langs Rv. 13Mange uttrykkjer uro over sikkerheiten til den trehjula syklisten som susar langs Rv. 13, både i bekmørket og på lyse dagen.– Vil du synst best mogleg i trafikken, skal du velja gul eller kvit velomobil. Eg valte raud fordi det er yndlingsfargen min.  Velomobilen kan velta i ein sving. I alle fall den modellen Adri har. Han legg seg ikkje i svingane slik andre modellar kan gjera. Dermed må bremsene på nokre få stader. Og til no har det gått bra. Sjølv med rekordfart på 78,6 kilometer i timen. Vel å merke i nedoverbakke.– Eg har følelsen av at bilane tar meir omsyn til velomobilen enn ein vanleg sykkel. Dei ventar lenger bak før dei køyrer forbi. Forbipasserande er òg meir nyfikne. Heng ut glaset og fotograferer den raude ufoen med mobilane sine.   


Bovenstaande de tekst zoals ik die kreeg toegezonden als klad van de journaliste.



De bobslee in volle glorie op de grote foto.



Op de foto's zien jullie ook m'n "helm", dit is een zogenaamde Smartcap, een schaatshelm, die geen  belemmering vormt als je het hoofd onder de kap wil bewegen, in tegenstelling tot een normale fietshelm. Het ziet er niet uit, maar daar kan ik me niet druk in maken, het werkt goed dus dat is het belangrijkste.





En de rest van de foto's die erbij geplaatst waren.
Zo, nu kunnen jullie dit bekijken en lezen, en jullie kennis van het noors wat oppoetsen.
Ik heb zelf voor de aardigheid even Google Translate erop los gelaten, dat leverde een amusant stukje op, met heel vreemde vertalingen af en toe!

Gisteravond en vannacht is er weer 5 cm sneeuw gevallen, dus Bob staat voorlopig even op betere wegomstandigheden te wachten.

Later meer!

Groeten, Adri.
 
 

dinsdag 29 januari 2013

Stekkers.

Hallo volgers, alweer een berichtje mijnerzijds.
In m'n laatste inleg schreef ik over de ergernis met de stekkers, en het slechte contact dat ze hadden.
Een van de reactie's kwam van Wim Schermer, die vroeg of ik wel gedacht aan wat er zou kunnen gebeuren tijdens een eventuele frontale botsing. Hij had uiteraard gelijk, ik had ook wel in de gaten dat ik me lelijk zou kunnen bezeren aan de punten van het plaatje waar de batterijen op lagen. Bedankt voor je bezorgdheid Wim!





Mannetje en vrouwtje stekker met "haak".
 

Beide batterijen met nieuwe aansluitingen.

 

Dit was een tijdelijke oplossing,  ik had al stekkers in de bestelling staan, gevonden op het net, bij Altitec.no, een batterijennetwinkeltje. Ik denk de oplossing gevonden te hebben door de stekkers te vervangen door zogenaamde Molex contacten, misschien beter bekend als Tamiya stekkers.
Klikken mooi in elkaar met een soort bajonetsluiting, dus lostrillen gebeurd niet meer, en zijn redelijk waterdicht binnen de fiets. Ze werken tot zover prima in elk geval. Ook de aansluiting van de lader moest natuurlijk vervangen worden.

Lader met de nieuwe aansluiting.
 

Verder nieuws was dat ik vorige week donderdag gebeld werd door de regionale krant, het Hardanger Folkeblad. Die hadden  ondertussen zoveel telefoontjes binnengekregen op die bijna 4 maanden dat ik rondrijd met de Strada, dat ze zich bijna verplicht voelden om hier een artikel aan te wijden.
Blijkbaar is de "rode raket" nog steeds onderwerp van gesprek op verjaardagen enz.  Ook Ina word langzamerhand wat moe van alle vragen, vooral of er echt geen motor inzit?
Het gesprek en een fotosessie vonden hedenmorgen plaats, ik zou morgenavond een klad toegezonden krijgen. Plaatsing eventueel vrijdag, ik zal het artikel inscannen als het in de krant komt.
Tijdens de fotosessie sprak een voorbijganger de fotografe aan: " We hebben het op het werk over dat ding gehad, en we weten zeker dat er een motor inzit!" Misschien nemen de vragen wat af, als het artikel geplaatst is, hopelijk wel, ik fiets liever dan dat ik al die aandacht krijg!

In de bobslee, de batterijen weer op de oude plaats, het tijdelijke plaatje is verwijderd.
 

Ik heb deze maand, het is natuurlijk wel een "lange" maand, al bijna 900 km gefietst, nog nooit eerder voorgekomen in januari sinds we in Noorwegen wonen. Heeft dus toch voordelen zo'n overdekte fiets!

Later meer,

Groeten, Adri.

dinsdag 22 januari 2013

Druk.

Tijd voor een bericht, het is wat druk geweest de laatste tijd, naast het gewone werk ook nog een aantal dagen met overwerk. Ik mag weer, vorig jaar eind oktober werd ik door collega Ørjan aangesproken, met de vraag wat ik nou weer uitgehaald had? Ik wist van niets, dus antwoorde dat ik geen idee had wat hij bedoelde, maar dat hij dat zeker kon toelichten? Ja, dat kon hij. Blijkbaar hadden alle personeelsverantwoordelijken, iedere ploeg heeft er één + een reserve, een mail gehad met een "zwarte lijst", de daarop voorkomende namen mochten de rest van 2012 niet meer gebeld worden om over te werken, die waren al ver over de grenzen van het toelaatbare gegaan. Ook mijn naam stond op de lijst. Ørjan baalde daarvan, hij had gedacht mij te vragen om kerstavond van hem over te nemen, omdat veel noren dan graag thuis willen zijn.  Achteraf heb ik die dienst inderdaad gedaan, met speciale toestemming. Telling van de extra uren tot en met oktober leverde een aantal van 356,5 overuren op, dat was dan blijkbaar te veel?  Ik vond het wel meevallen, ook Ina zei dat ik toch niet zoveel extra weg was geweest voor het gevoel. Een collega op het werk dacht er iets anders over: "Jij en Cato? Jullie zijn machines! Dat gaat maar door!" (Cato pakt ook wel eens een extra uurtje)
Nou ja, vanaf januari wordt er weer gewoon gebeld, zonder overwerk houden ze het spul toch niet draaiende,  het ziekteverzuim ligt daarvoor iets te hoog.
Natuurlijk probeer ik nog steeds zoveel mogelijk te fietsen, alhoewel het wel zwaar ging de laatste tijd. De lage tempraturen maken het ook niet lichter, de kou vreet energie. ( en thuis massa's brandhout!)
De sneeuw is na een korte dooiperiode verdwenen, daarna hebben we enkel mooi helder vriesweer gehad, met tempraturen tussen de -1 en -11, de wegen liggen er goed bij, er is prima op te fietsen.
Heb ondertussen wat noodzakelijk onderhoud en controle's verricht, de bobslee had vanaf 28 september tot 1 januari al 2562 km onder de wielen gehad, de teller staat nu ergens tussen 3100 en 3200. En een paar kleine aanpassingen en verbeteringen, voor mezelf dan.
De steeds loslatende stekkers en de iets te korte stroomdraden irriteren me steeds meer, de accu's liggen standaard op de linkerwielkast, op zich geen probleem als de stekkers er goed in blijven en contact hebben. De stroomdraden van beide accu's zijn precies even lang, dus accu 1 op de wielkast leggen is geen probleem, dat gaat. Bij plaatsen van accu 2 kom je er dan achter dat de kabel eigenlijk 5 cm langer had moeten zijn, nu staat er iets spanning op, en laat de stekkerverbinding te gemakkelijk los. Als hier over nagedacht is kan het nooit lang zijn, het is in het dagelijks gebruik zeer onpraktisch.
Het is erg vervelend als je in het donker rijd en door een oneffenheid in het wegdek je stekker los gaat, je verlichting valt dan uit, en door snel over te schakelen op accu 2 los je dat dan wel op, maar prettig is het niet. Zeker niet als je met 60+ naar beneden rijdt.........
De stekkers kom ik nog op terug, ik heb al iets in gedachten.
De plaatsing van de accu's heb ik daarom tijdelijk veranderd, dan kan ik er makkelijker bij om even aan de stekkers te morrelen als onderweg de verlichting weer eens uitvalt.

Plaatje om de accu's op te leggen.
 


Met klitteband erop.
 

Gemonteerd.
 


En in functie.
 

Gezegend zijn de Magic Shine batterij lampen op de spiegelsteunen! Daar kan je tenminste op vertrouwen!
De wat gehaast gemaakte steunen waar de oplaadbare batterijen van de Magic Shine lampen aan hangen werken goed, maar zagen er niet uit, dat kon beter! Daarom een paar nieuwe gemaakt en in de bobslee gemonteerd.

Nieuwe en oude ophangsteun voor de Magic Shine batterij
 


Gespoten en gemonteerd.
 
En in functie.

 

Daarnaast kreeg ik ook de indruk dat de sporing niet helemaal in orde was, ik maakte een meetbeugeltje van wat afvalhout, en constateerde inderdaad 4mm toespoor. Dat was snel verholpen, door één van de kogelkoppen een slag in te draaien.



Wielspoorcontrolebeugel.
 

 Alle kogelkoppen ook even ingevet, de ketting gesmeerd en m'n trekbel vervangen. Nadat de elektrische claxon al eerder de geest gaf en ik een andere toegestuurd kreeg onder garantie, ging de trekbel ook kapot. Een ritje naar Odda gemaakt, bij ons in het dorp is niets te koop op fietsgebied, en daar een bel gezocht. Twee fietsenwinkels in Odda, en beiden hadden alleen maar kinderbellen met Disneyfiguren of dergelijke. Zodoende zit er nu een lief berebelletje in de bobslee gemonteerd, maakt niet uit, het ding werkt en zien doe je het toch niet. Tot slot nog even de banden op spanning zetten, dat scheelt ook veel in het rijden, gaat toch een stuk lichter met je banden op de goede druk.



Berebelletje.
 

Binnenkort met de hele familie naar het politiebureau in Odda, we zijn bijna 5 jaar in Noorwegen, dus de verblijfsvergunning moet verlengd worden, dan kunnen we weer 5 jaar legaal hier verblijven. Als je ziet hoeveel papier je daarvoor weer moet verzamelen, word je wel eens moedeloos, het is gelukkig maar eens in de 5 jaar.

Later meer!


Groeten, Adri.

woensdag 9 januari 2013

Taal.

Zo, na de jaarwisseling wens ik alle lezers een voorspoedig 2013 toe met veel gezonde en zonnige fietskilometers.
In een van mijn vorige schrijfsels kreeg ik van Quezzzt de vraag hoe we dat hier deden met de taal. Had ik gelijk weer een onderwerp om over te schrijven. De witte kerst kwam er even tussendoor, was voor ons ook een leuke verrassing, die wilde ik jullie ook niet onthouden.

                                                      "Herad" = gemeente



Maar goed, de taal.

Taal blijft altijd boeiend, zowel gesproken als geschreven, kijk maar  hoe populair bv dit medium weblog is geworden.
Ina en ik zijn allebei geboren en getogen in Zeeuws-Vlaanderen, het stukje Nederland dat eigenlijk geografisch gewoon bij België zou moeten horen, de Westerschelde vormt immers een natuurlijke grens. Wij spraken en spreken thuis nog steeds ons "eigen" dialect, dat voor veel nederlanders klinkt als vlaams-nederlands. Feit is dat veel belgen ons zien als "Ollanders" en omgekeerd nederlanders ons halve belgen noemen.
Echt ABN spreken we beiden niet, ons accent verraad ons zo, daar kunnen we goed mee leven, we kunnen ons goed verstaanbaar maken als we noordelijker in Nederland komen, bij Velomobiel.nl hadden ze in elk geval weinig problemen om ons te verstaan.
De afkorting ABN gebruiken we nooit, dat heet bij ons AN dus Algemeen Nederlands, de B van Beschaafd laten we gewoon weg, anders is het net alsof mensen die dialect spreken geen beschaving zouden kennen, en dat gaat ons net iets te ver.
Grappig was wel toen we de Strada op haalden, Teun ging mee op z'n mtb, ik te voet, we stonden met de camper slechts 150 meter van VM.nl geparkeerd. Jos H. zag ons komen, en begreep er niets van, en zei dat ook. "Jullie komen met 1 fiets, en de bushalte ligt de andere kant op, en jullie spreken vlaams?
Hoe zit dat?" Wildkamperende Neder-Noren die met vlaamse tongval spreken, dat was gek genoeg niet het eerste dat in zijn gedachten opkwam.


   Ondanks de vele toeristen is dit bord toch alleen in het noors, is toch leuk om te weten als je    onderweg bent dat rijksweg 13 tussen Bu en Brimnes tot en met 1 uur dicht kan zijn op weekdagen op de vermelde tijden. 


Als voormalig Zeeuws-Vlaming hoorden we veel vlaams toen we jong waren, en veel duits, door de vele duitse toeristen in de zomer.
Zelf begonnen we pas engels te spreken toen we naar Engeland op vakantie gingen in '92. Eerst even wennen, zolang na de middelbare school, en ook een leuke verspreking, toen ik in een restaurant een nagerecht bestelde. De ober keek zeer vreemd toen ik vroeg om "desert" ipv "dessert".
Op onze latere engelse vakanties ging het steeds beter, al moet je in Ierland, Schotland en Wales heel goed luisteren  ivm het  dialect dat daar gesproken word. Als je daar eens de weg vroeg, had je soms zomaar een gesprek van drie kwartier met een "local", we hebben de ervaring dat die mensen altijd vriendelijk en hulpvaardig zijn  daar. En dikwijls hebben ze alle tijd van de wereld, en dat terwijl wij op vakantie waren, niet zij! Ook wegwijzers in Ierland en vooral Wales zijn leuk om te zien, als ze 2-talig geschreven zijn.


Hier iets verder op dezelfde weg hebben ze het iets toeristvriendelijker aangepakt.


Ook in Noorwegen op vakantie werd natuurlijk engels gesproken, dat is heel goed te doen in heel Scandinavië.
Toen in 2006 voor het eerst emigratie ter sprake kwam, wilde Ina een cursus noors gaan volgen, dat zou dan wel van pas komen. Mocht het toch niet doorgaan, dan konden we de mensen op onze volgende vakantie in het noors aanspreken, was de gedachte. Ondertussen ging m'n sollicitatiegesprek op de begroeting na geheel in het engels, zo waren wel onder de indruk van het feit dat we al bezig waren met een cursus, en ook dat alle diploma's enz. al in het noors vertaald waren.
Toen ik thuiskwam vertelde ik ondermeer aan Ina dat oma me een rondleiding  door de fabriek gaf, wat  gelijk één groot vraagteken op haar gezicht opleverde.  Fabrieken en oude sokkenbreiende dames bracht ze niet met elkaar in verband. Gewoon weer een aardigheidje van mij, de toenmalige bedrijfsleider die me begeleide heette Øyvind Oma, dus zijn achternaam was Oma.

Hier bij het bovenstaande bord, waar goed te zien is dat dooi gevaarlijke situaties kan veroorzaken op de wegen, als het "hangijs" gaat loslaten en soms op de rijbaan terecht komt.

 
Toen een jaar later duidelijk werd dat emigratie actueel werd, probeerden we nog zoveel mogelijk mee te pakken van de cursus, en later toen we zeker waren dat we gingen, kwamen we via kennissen in contact met 2 noorse families die in de buurt woonden. Nadat we contact opgenomen hadden vonden die het  leuk om ons wat "spraakles" te geven. Daar hebben we wel wat aan gehad, maar wat viel dat tegen als je tussen een groep noren zat! We verstonden echt niks! En spreken ging nog zeer stamelend, en het feit dat er een heel  ander dialect gesproken werd in dit deel van Noorwegen hielp ook al niet echt.
Ik kwam er al snel achter dat ik veel te goed engels kon om dat te blijven spreken, beter dan sommige collega's op het werk. Dus na 2 dagen koos ik voor de "harde methode", ik liet weten dat er enkel noors tegen me gesproken moest worden, alleen als het echt fout zou kunnen lopen konden ze op  engels over gaan. Veel collega's slaakten een zucht van opluchting, al was de eerste tijd zeker voor mezelf niet de gemakkelijkste.
Maar.....dit bleek wel de methode om zo snel mogelijk een andere taal aan te leren! Ina had het ondertussen nog iets moeilijker, omdat die als enige buitenlandse verpleegster moest samenwerken met een groep van 6 poolse verpleegsters, waarbij het hoofd ook een poolse was. En die konden geen engels! En bovendien spraken die erg makkelijk pools onder elkaar, waardoor Ina zich soms erg buitengesloten voelde. Gelukkig waren de ziekenverzorgsters noors en zorgden voor de nodige opvang. Zo was Ina ook gedwongen tot de "harde methode".
Ina gebruikte een opschrijfboekje om nieuwe woorden te noteren en op te zoeken in ons woordenboek, ik stopte alles in de databank in m'n schedel. Ina moet veel herhalen om "het" erin te krijgen, bij mij is 1 of 2 keer horen of zien dikwijls genoeg om het blijvend op te slaan.
Het ging al vrij snel redelijk goed om te communiceren, vooral 1 op 1 en dan goed naar de lichaamstaal kijken. Dat was iets anders met telefoon, en op het werk ook het walkie-talkie systeem, dat was in het eerste halfjaar een ramp, totaal onverstaanbaar wat daar doorheen gebrald werd.
Veel noren hebben ook de zeer onhebbelijke gewoonte om plompverloren te beginnen met het gespreksonderwerp aan de telefoon, dan heb je geen enkel aanknopingspunt als je nietsvermoedend de telefoon aanneemt. Pak je de telefoon op, word er gewoon een naam gezegd, dan willen ze die persoon spreken dus. Ik heb er een gewoonte van gemaakt om rustig te vragen met wie ik spreek, en de reden waarom er gebeld word, ik heb ondertussen de moed opgegeven om te denken dat ze er iets van leren, ze hebben toch zo hun eigen gewoontes.
Nog zo'n voorbeeld is de voor nederlanders bijna onfatsoenlijk overkomende gewoonte dat als er iets niet verstaan word, gewoon: "Hé???" te zeggen, maar dat is hier heel gewoon, net als heel informeel iedereen met de voornaam aanspreken, tot en met de directeur van het bedrijf, die zichzelf ook gewoon voorsteld met zijn voornaam.


Ook "kommune" = gemeente, beide woorden worden gebruikt, "herad" is iets ouderwetser.

Het aanleren van de taal ging eigenlijk heel snel, wel waren we in het begin erg moe in ons hoofd, het vergde veel van die "oude" hersens van ons, af en toe moesten we gewoon even "afkoppelen" om ons hoofd rust te geven.
We deden wel alles in het noors, zelfs het eerste jaar, toen we al een bouwkavel kochten in een andere gemeente, om daar door een noorse aannemer een nieuw huis te laten bouwen. Niet dat alles vloeiend ging, maar we konden ons redden.
Teun sprak 3 maanden enkel engels op school, en schakelde daarna in één keer over naar vloeiend noors, iemand die hem niet kent hoort geen enkel verschil of accent. Dat redden wij niet, ons accent zal altijd hoorbaar blijven.

 Het dorp Eidfjord in de verte.

                               Laaghangende bewolking in het Eidfjord.
                                       Simadal, naast Eidfjord.
                                                         Eidfjord.


                        Hotel Vøringfoss met daarvoor de cruiseboot kade.
                                                                 Simadal.
                                 De jachthaven, kijkend richting Hardangervidda.

                                      Zelfde plaats, uit een iets andere hoek.



De iets andere uitspraak en klemtoon zijn ondertussen ingesleten, we schakelen zonder nadenken heen en weer. Teun krijgt het overigens niet voor elkaar om tegen ons noors te spreken als we bv noren op bezoek hebben, "Dat gaat gewoon niet!" zegt hij dan.
Eerlijkheidshalve moet ik wel zeggen dat west-europeanen in het voordeel zijn, want noors behoort net als nederlands, duits en engels tot de germaanse taalfamilie, dus er zijn overeenkomsten, wat het voor ons iets makkelijker maakt.
Andersom geldt dat dan blijkbaar niet voor noren zelf, die weten allemaal nog van Ard Schenk en Kees Verkerk dat die zo snel noors leerden, dat nederlanders daar goed in waren. Maar, er werd iets afgedaan aan de complimenten, want veel woorden waren bijna gelijk, dus heel moeilijk kon het ook weer niet zijn. Mijn antwoord bracht lichte paniek op 's mans gezicht, want mijn conclusie was dat het dan omgekeerd voor noren ook wel gemakkelijk zou zijn om nederlands te leren! Nee, dat lag toch heel anders, volgens hem dan toch.
Namen zijn natuurlijk ook anders, en vaak wennen, Ingrid en Astrid zijn ook hier bekend maar worden op de "belgische" manier uitgesproken, voor ons niet heel vreemd. Klinkt fonetisch als: "Iengrie" en "Astrie". Mannennamen als Inge, Helge, Svein en Sveinung zijn wat vreemd voor nederlanders. Onze buurman heet Sveinung, wat door Ina in het begin consequent als "Schweinhund" werd uitgesproken, dat is toch iets anders. Ze heeft dat wel vaker, een Hymer camper  noemt ze ook steevast een "Himmler", ook een naam waarbij je misschien wel aan kamperen kunt denken, maar toch niet echt vakantie-achtig klinkt.
De letter "d" is in veel gevallen erg zacht, en hoor je soms niet, in bv "Eidfjord" valt de middelste d gewoon weg in de uitspraak, het klinkt dan fonetisch als: "Ei-fjoer". Het alfabet heeft 3 extra letters, æ, ø en å. De æ word ongeveer uitgesproken als in "Aerdenhout", de ø is hetzelfde als onze "eu" en de å klinkt ergens tussen "a" en "o" in. Verder word een v uitgesproken als w, en een o als oe.
Veel noren hebben heel veel moeite met de naam Teun, de klank eu kennen ze heel goed, alleen gebruiken ze zelf daar de letter ø. Dus Teun (Tøn) schrijven op z'n noors, en ze spreken het gelijk goed uit, anders kun je er echt geen "Teun" van maken. Dus ook "Europa" en "euro" klinkt wat vreemd als je dat hoort uitspreken door een noor.
Mijn  2de voornaam was ook hilarisch, Bart kennen ze wel, dat is het noorse woord voor "snor".
Ook hierop had ik gelijk antwoord, ik vroeg: "Snorre, dat is toch een gewone scandinavische naam?"
Het antwoord was bevestigend, wist ik al uiteraard, dus kon ik gelijk even vertellen dat "snorre" ons dialect woord was voor snor of in het noors "bart". Die persoon was ook weer vlug klaar met zich verkneukelen over mijn naam. Voluit heet ik Adriaan, roepnaam Adri, maar dat was te moeilijk voor de meesten, hier is het normaal om namen voluit te gebruiken ook dubbele voornamen. Op diverse officiele dingen zoals bankpas en creditcard sta ik nu vermeld als Adrian, in de noorse spelling, op het werk word zowel Adrian als gewoon Adri gebruikt. Maakt mij niks uit, ik reageer toch wel.
Collega's van Ina vonden het zonde dat ze niet haar volle namen gebruikte, want met zulke mooie voornamen en dan gewoon Ina genoemd worden, dat was eigenlijk "not done". Ina vond het zelf wat omslachtig om overal Catharina Paulina als voornaam op te geven, dus ze houd het gewoon bij "Ina" zoals ze gewend is.

Al met al voelen we ons hier prima op ons plek, als je wilt werken valt hier ondanks de hoge prijzen en belastingen, toch prima te leven.
En de schitterende omgeving is een extra bonus, alleen al 's morgens door ons raam naar het uitzicht kijken zorgt ervoor dat we ons bevoorrecht  voelen dat we hier mogen wonen!

Veel leesstof deze keer, tot een volgend bericht.

Groeten, Adri.